Improvisatie in dans en kunst

Detail van 'Lagen in papier'

Het werk van Sandra Steen beweegt zich op twee gebieden: dans en beeldende kunst. Door verwondering en nieuwsgierigheid gedreven ontdekt zij nieuwe mogelijkheden in beweging en vormen van –veelal natuurlijke- materialen.

Sandra Steen maakte in 2010 de overstap van toegepaste interieurvormgeving naar de beeldende kunst en dansimprovisatie. Geruime tijd bestonden deze twee vooral naast elkaar, maar na dieper in haar werk en motieven te zijn gedoken, bleken dans en beeld veel meer met elkaar verweven dan gedacht.

Het beeldend werk ‘danste’. De danselementen waren er -onbewust- in doorgedrongen.

Improviseren is essentieel in het leven en werk van Steen. Je leven en werk uitstippelen en gefixeerd zijn op de uitkomst kan leiden tot teleurstelling. Altijd zijn er nieuwe en onverwachte omstandigheden, waardoor het wenselijk kan zijn je plan bij te stellen. Deze flexibiliteit maakt het leven en werken lichter.

Vanuit de vorm en het materiaal start de improvisatie in haar beeldende kunst. Sandra Steen verwerkt allerlei gevonden en natuur-materialen. In plaats van een plan te maken, een ontwerp te schetsen en daar de benodigde materialen voor aan te schaffen volgt zij haar verwondering en nieuwsgierigheid om de essentie van het materiaal weer te geven. Zij improviseert met hetgeen wat op dat moment voorhanden is.

Dan volgt het vinden van spanning en balans, beide ook een danselement- in de contrasten in het materiaal-, kleur- en vormgebruik. Combinaties van natuurlijke materialen met metaal, zware en donkere voorwerpen met vederlichte, fijnmazige en soms heldergekleurde materialen en structuren.

Dit spel en de verbeelding van danselementen leiden tot abstracte werken. Steen vindt het belangrijk dat haar objecten uitnodigen om er naar te blijven kijken en er steeds iets nieuws in te ontdekken. Een gelijkenis, verschillende lagen, betekenissen en details.

In de 2-dimensionale objecten, waarin Steen o.a. met restanten van verf experimenteert, laat zij een grote mate van toeval toe. Het is gestuurd toeval, want de ondergrond, de kleuren en het materiaal worden vooraf gekozen. De verf wordt gegoten, afgedekt en soms gemengd met andere ingrediënten. Daarna laat zij de verf zijn eigen gang gaan en is het resultaat pas te zien nadat het is opgedroogd. Dit verwerkt Steen vervolgens in de uiteindelijke vorm.

De materialen en voorwerpen in de ruimtelijke objecten laat zij grotendeels in hun oorspronkelijke toestand. Deze vaak doorleefde ruwe toestand staat voor de eerlijkheid en openheid waarmee zij de wereld tegemoet wil treden. Op een luchtige en dansante wijze speelt Steen met de context en de combinatie van de materialen. Een mooie vorm is niet het doel, maar het gevolg van dit spel.

Het beeldend werk van Steen is te plaatsen in de hoek van Arte Povera en site-specific art. Zij voelt verwantschap met kunstenaars als Mario Merz, Jaap Wagemaker, Marcel Duchamp, Richard Tuttle en Auke de Vries.

Detail 'Pegasus', 2011
Restmaterialen: Tak van kastanjeboom, hout, koperbuis, verf en spijkers